Op 21 december heeft het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Branmbant Midden West beleid vastgesteld om op een structurele wijze te beoordelen welke van ruim 70 inrichtingen aanwezig die mogelijk in aanmerking komen om op grond van Artikel 31 Wvr te worden aangewezen voor het hebben van een bedrijfsbrandweer, daadwerkelijk in aanmerking komen voor het hebben van een bedrijfsbrandweer en vervolgens die bedrijven daadwerkelijk aan te wijzen.
Het aanwijstraject luidt:
Géén aanwijzing.
Wanneer uit het rapport blijkt dat de inrichting geen „bijzonder gevaar‟ oplevert, vindt er geen aanwijzing plaats. Er vindt evenmin een aanwijzing plaats als de inrichting weliswaar een bijzonder gevaar vormt, maar al voldoende voorzieningen heeft getroffen om de risico‟s te beheersen. Uitgangspunt is dat deze voorzieningen voldoende zijn geborgd in de omgevingsvergunning.
Wijzigen van voorschriften in omgevingsvergunning.
Wanneer blijkt dat de inrichting wél een „bijzonder gevaar‟ oplevert voor de omgeving, maar de geloofwaardige bedrijfsbrandweerscenario‟s beheerst kunnen worden met gelijkwaardige stationaire voorzieningen, dan worden in overleg met het Bevoegd Gezag omgevingsvergunning, de voorschriften in de omgevingsvergunning aangepast.
Wél een aanwijzing.
Vormt de inrichting bij brand of ongeval wél een bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid, en is de overheidsbrandweer hierop onvoldoende ingericht, dan volgt aanwijzing tot bedrijfsbrandweerplichtige inrichting.
Meer informatie
Links:
[1] http://www.hulpdienstenonline.nl/print/vr-brabant-midden-west-stelt-beleid-vast-voor-aanwijzing-bedrijfsbrandweren
[2] http://www.hulpdienstenonline.nl/printmail/vr-brabant-midden-west-stelt-beleid-vast-voor-aanwijzing-bedrijfsbrandweren